------------------------Het nieuwe leren

 

Het nieuwe werken, het nieuwe leren, de nieuwe generatie (generatie Z).
Het bijvoeglijke naamwoord "nieuwe" geeft aan, dat wij in een evolutie zitten met grote gevolgen.
Een evolutie, waarbij de start gegeven is in de beginjaren 90 . De start van een nieuw tijdperk, het digitale tijdperk.

De principes van het nieuwe werken (zie "het nieuwe werken" ) is ook van toepassing op het nieuwe leren.

werk leren
1. Het kantoor is niet altijd nodig. Er kan ook vanuit huis worden gewerkt
Het schoolgebouw is niet altijd nodig. Er kan ook vanuit huis worden gewerkt.
2. De werknemer wordt afgerekend op het resultaat.
De leerling wordt afgerekend op het resultaat

voorwaarden m.b.t. punt 1:
> de informatie moet overal en altijd beschikbaar zijn
> de werkplek moet zijn ingericht voor specifieke activiteiten, niet op personen (fysieke omgeving)
voorwaarden m.b.t. punt 2:
> er moet vertrouwen zijn tussen de werknemer-werkgever / leerling-docent
> geeft vrijheid, eist verantwoordelijkheid

Ons onderwijssysteem is nog gebaseerd op het industriële model (= uniformiteit / hetzelfde product)
Welke factoren dwingen scholen ertoe om aandacht te besteden aan het "nieuwe " leren ?

1. We erkennen steeds meer, dat kinderen de school binnenkomen met een grote verscheidenheid aan talenten; dat er "denkers" zijn en "doeners"; dat er leerlingen zijn die visueel of auditief zijn ingesteld.
2. We erkennen steeds meer, dat de maatschappij (toekomstige) werknemers vraagt die autonoom kunnen functioneren (zie "het nieuwe werken") (zie "autonomie")
3. We erkennen steeds meer, dat er kwetsbare kinderen zijn, die behoefte hebben aan structuur (bijv. leerlingen met ADHD, beperkte cognitieve vermogens, hebben juist behoefte aan meer structuur binnen het zelf ontdekken. In deze categorie vallen ook veel Praktijkschoolleerlingen).
4. We erkennen steeds meer dat er hoogbegaafde leerlingen zijn.

Omgaan met verschillen is rekening houden met de behoefte van de leerling.
Rekening houden met.......betekent voor de school:
> verschillende instructieniveaus hanteren.
> groepsdoorbrekend werken
> coöperatief leren (zie leerpiramide)
> leerkracht moet goed observeren
> leerkracht moet zich instellen als coach, begeleider (begeleiden betekent niet alleen: samen met de leerling de ontwikkelingen en het vervolgtraject bespreken, maar ook: waardering uiten voor de geleverde resultaten / zie piramide van Maslow / zie Prima Online)


Is het nieuwe leren een antwoord op de problemen, die we in het onderwijs tegenkomen ?
Nee.
Maar het is wel een vorm van onderwijs, dat oproept om meer en beter te kijken naar de individuele behoeftes van kinderen en daarop in te spelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

leerpiramide1leerpiramide3leerpiramide2

 

kanttekening:
de percentages in de piramide zijn niet gestoeld op onderzoeksresultaten.

Onder deze piramide is een kritisch artikel van Bas Jongenelen (Trouw 14-5-2009)geplaatst over de zinlose "verheerlijking" van de leerpiramide.

Ik heb 3 piramides gebruikt ter vergelijking:
piramide 1 is overgenomen uit het artikel van Lucy Stoffele (zie bron)
piramide 2 is gekopieerd van de Freinetschool De Vlieger Gent
piramide 3 is gekopieerd van Kennisnet (voorlichting Webquest)

Hieruit blijkt, dat de percentages enigszins van elkaar afwijken.
(zelfs de "geestelijke vader" van de leerpiramide wordt als Dale of Bales beschreven)

Toch blijft het boeiend om te bespeuren, dat
- praktijk (persoonlijk ervaren)
- coöperatief leren (elkaar helpen, elkaar uitleggen)
aspecten zijn, die telkens in de didactiek terugkeren.
Ook het "nieuwe leren" geeft aan deze 2 onderdelen een grote importantie.
Het voordeel van nu is, dat de criteria: "praktijk" en "coöperatie" veel meer dan vroeger, ondersteund kunnen worden door moderne media .

 

 

 

terug

Leerpiramide in het onderwijs bestaat niet

Bas Jongenelen − 14/05/09

Het Nederlandse onderwijs kent vele varianten. Van basisonderwijs tot en met universiteit kun je kiezen uit openbaar, katholiek, Montessori, en nog andere mogelijkheden. Je zou denken dat al die verschillende scholen ook variëren in pedagogisch-didactisch uitgangspunten – dat blijkt echter niet zo te zijn. Op nagenoeg alle schoolsoorten wordt van de ’leerpiramide’ uitgegaan. Dat is ten onrechte want de leerpiramide bestaat niet.

Wat is de leerpiramide? Dat is een handig model waaruit zou blijken dat leerlingen en studenten maar 5 procent leren van een klassikale les, 10 van een boek, 20 van een audiovisuele presentatie, 30 van een demonstratie, 50 van een discussie, 80 van oefeningen en 90 van zelf uitleggen. Op het eerste gehoor klinkt dit logisch. Bovendien ziet de leerpiramide er aantrekkelijk uit, mensen houden van piramides.

De leerpiramide dook in 1946 voor het eerst op. Een zekere Edgar Dale opperde de gedachte dat je pas echt iets leert als je het voor je beroep nodig hebt. Als iemand iets gewoon tegen je vertelt, dan is de kans groot dat je het weer vergeet.

In 1969 werden de ideeën van Edgar Dale herdrukt. Snel namen pedagogen deze overwegingen over. De percentages werden erbij verzonnen en de ene na de andere onderwijskundige gaat uit van de waarheid van de leerpiramide. En dat terwijl de leerpiramide niet op empirisch onderzoek gebaseerd is, er is geen onderzoek gedaan naar de waarheid van Dale’s piramide.

Nu kom ik op het punt waar ik het eigenlijk over wil hebben. De leerpiramide is de basis van alle onderwijshervormingen van de afgelopen twintig jaar. Volgens de onderwijsvernieuwingen moeten leerlingen in groepjes praktische opdrachten uitvoeren – leren door doen. Er zijn in het moderne onderwijs amper klassikale lessen, leerlingen en studenten ’construeren zelf hun kennis’.

Wanneer leerlingen zelf hun kennis construeren, dan is de docent die voor de klas staat niet meer nodig. De docent kan opzij en maakt plaats voor een coach die de leerling begeleidt. De coach legt niets uit, want van uitleg blijft volgens de leerpiramide maar 5 procent hangen. Maar wat als er geen grond is voor die leerpiramide? Blijft er dan nog iets over van deze didactische aanpak? Nee.

Ik pleit daarom voor de terugkeer van de vakinhoudelijk hoogopgeleide docent die goed uit kan leggen. De docent moet weer terug in de klas waar hij samen met de leerlingen werkt aan de leerstof. Alle didactiek die op basis van de leerpiramide ontwikkeld is, kan wat mij betreft weggegooid worden. Er is geen enkel bewijs voor die leerpiramide, dus is het nutteloos om op zo’n gedachtespinsel ons onderwijs te baseren.

 

 

 

 

 

maslowterug

-

 

 

 

 

 

 

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

relativering:
Amber Walraven twitterde op 4-4-2011: "Moet altijd zo lachen om tweets van scholieren met kutschool saai enz. Daar loopt een wereld aan toekomstige onderwijskunde studenten :-) "
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

uit: Prima Online (19-1-2011)

Leerlingen presteren beter op school als ze een positieve relatie met hun leraar hebben. Opmerkelijk is dat dit niet alleen geldt voor jonge kinderen maar ook op de middelbare school, zo stellen NWO-onderzoekers aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht. Zij onderzochten hoe de relatie tussen leerling en leraar schoolprestaties kan beïnvloeden en hoe docenten zich daarbij voelen.

Verschil voortgezet en basisonderwijs
Helma Koomen, onderzoeksleider: ‘Opmerkelijk is dat het stimuleren van positieve relaties vooral van belang lijkt in het voortgezet onderwijs, en in het bijzonder voor kinderen uit lagere sociaaleconomische milieus. Vaak neemt de motivatie om te leren op latere leeftijd af. Juist dan maakt het kennelijk uit of je een warme band met je leraar hebt. Je zet je als leerling dan als het ware in voor die docent.
Bij jongere kinderen ligt het anders. Basisschoolleerlingen hebben vooral last van een negatieve relatie met een juf of meester, hoewel positieve relaties ook voor hen een gunstig effect hebben. Het is voor jonge leerlingen in de eerste plaats van belang negatieve of conflictueuze relaties te vermijden.’

Tevreden leraren
Persoonlijke relaties zijn ook van belang voor docenten. Leerkrachten ontlenen voldoening en zingeving aan persoonlijke relaties met leerlingen, terwijl ongunstige relaties negatieve emoties oproepen. Niet probleemgedrag in het algemeen, maar gedrag dat leidt tot een conflictueuze relatie met de leraar, draagt vermoedelijk vooral bij aan werkstress. Onderzoekster Jantine Spilt benadrukt dat veel schoolleiders en leraren weliswaar intuïtief aanvoelen dat relaties met leerlingen belangrijk zijn, maar dat expliciete kennis ontbreekt om het pedagogisch handelen te verbeteren.

Verschillen jongens en meisjes
De onderzoekers hebben 99 verschillende studies uit de internationale wetenschappelijke literatuur naast elkaar gezet. Hieruit bleek onder meer dat jongens zich in het geval van positieve relaties meer betrokken en gemotiveerd voelen op school. Meisjes gaan beter leren.
Daarnaast bleken vooral kinderen uit lagere sociaaleconomische milieus te profiteren van een warme relatie met de leraar. Zij voelden meer betrokkenheid en presteerden beter. Er is meer onderzoek nodig om precies uit te zoeken hoe affectieve relaties en leeropbrengsten op elkaar inwerken.

terug

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

 

autonomie = zelfstandig in staat zijn om te plannen, structureren, kunnen samenwerken, taken verdelen, verantwoordelijkheid dragen voor het eigen werk.

terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van sociale media word je asociaal

Door Sander Duivestein van Sogeti

op donderdag 23 juni 2011 om 16:00 uur

Recent heb ik het boek “Alone Together: Why We Expect More from Technology and Less from Each Other” van Sherry Turkle aangeschaft. Ik heb het boek in een ruk uitgelezen. Wat een openbaring was het. Of eigenlijk meer een confrontatie met mijzelf en de wereld om mij heen.

In het boek vertelt Turkle hoe technologie ons verandert. “We are shaped by our tools. And now, the computer, a machine, on the border of becoming a mind, was changing and shaping us.” Deze verandering ziet zij niet alleen als een positieve ontwikkeling. Sterker nog, zij beweert dat hoewel sociale media ons verbindt, het ons eigenlijk alleen maar meer op onszelf doet terugvallen. Technologie maakt het namelijk veel makkelijker om geen persoonlijk contact te hebben. Waarom bellen, als je ook een sms kunt sturen? “We fear the risks and disappointments of relationships with our fellow humans. We expect more from technology and less from each other.”

Liever online dan offline…

Het is natuurlijk een schril contrast. De hele dag zijn we druk bezig om ons te verbinden met wie dan ook waar dan ook. We versturen een tweet, we veranderen onze status op Facebook, we posten een video op YouTube, we gebruiken LinkedIn om een zakelijke connectie te leggen, maar als we elkaar in levende lijve ontmoeten, en er even een stilte tijdens het gesprek valt, dan grijpen we al snel weer naar onze smartphone. Even snel een verbinding leggen met de digitale wereld, deze is namelijk veel interessanter dan de fysieke wereld om ons heen!

“We’re using inanimate objects to convince ourselves that even when we’re alone, we feel together. And then when we’re with each other, we put ourselves in situations where we feel alone—constantly on our mobile devices. It’s what I call a perfect storm of confusion about what’s important in our human connections.”

En het zijn niet alleen de mensen om mij heen. Ik doe het zelf ook. Het is ook zo verleidelijk. Zodra mijn fysieke omgeving niet interessant is, grijp ik alweer naar het apparaat. Maar wat doet er nu echt toe? De digitale of de fysieke wereld? Het boek Alone Together heeft mij doen inzien dat ik veel te veel waarde toeken aan de digitale wereld. Tijd om naar buiten te gaan. Om mij onder de mensen van vlees en bloed te mengen

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 


 

bron:

- het nieuwe leren (deel 2) . (Lucy Stoffele)
- www.balansdigitaal.nl ("dit onderwijs werkt niet" een vraaggesprek met hoogleraar Luc Stevens)
- Cos jaargang 18 nummer 6 (2006) "Geen motivatie, geen leren" (interview met L.Stevens)
- JSW jaargang 89 nr. 4 (vraaggesprek met L.Stevens)
- schoolethosproject / onderbouw magazine 9 (wat leerlingen van docenten verwachten)
- Generatie Einstein (Jeroen Boschema & Inez Groen) Pearson Education 2009
-Trouw 14-5-2009 (Bas Jongenelen) (leerpiramiden in het onderwijs bestaan niet)

terug naar home home