Eerst werkte het grootste deel van de mensen op het land, als jager of visser. .Later kwam het beroep van ambachtsman erbij. Er was een stabiele omgeving.
Ook het industriƫle tijdperk was nog overzichtelijk. De fabriek bood/biedt werk. Het product stond centraal.
Halverwege de jaren 70 werd het leven complexer en dynamischer. Informatie werd digitaal beschikbaar. Vergaren van kennis/informatie stond centraal (kennis is macht). Er kwamen steeds meer kantoren.
Halverwege de jaren 90 doet "het nieuwe werken" zijn intrede, onder invloed van groeiende concurrentie en snelle veranderingen (maatschappelijk en technologisch).
Het nieuwe werken is te zien als:
1.tijd- en plaatsonafhankelijk
2. sturen op resultaat
3. vrije toegang tot kennis en informatie
4. flexibele arbeidsrelaties
Bedrijven richten zich op de 3 B's:
Bricks: het kantoor wordt een ontmoetingsplek
Bytes: dankzij de informatietechnologie is het mogelijk om flexibel te werken, snel informatie uit te wisselen en virtueel samen te werken.
Behavior: aansturing van gedrag: vertrouwen, autonomie, flexibiliteit.
Het nieuwe werken betekent, dat een groot beroep wordt gedaan op de verantwoordelijkheid, organisatievermogen en empathisch vermogen .
verantwoordelijkheid: Wanneer je aan de taakstelling werkt is je eigen beslissing, maar het is jouw verantwoording om de taak binnen de gestelde tijd af te krijgen (of redelijkerwijs te beargumenteren, waarom de afronding niet is gelukt).
Organisatievermogen: de vrijheid van tijdsindeling betekent ook "vooruitzien", plannen.
empatisch vermogen: openstaan voor de reacties, informatie van je klanten, collega's, partner.
Niet elk werk kan tijd-en plaatsonafhankelijk gedaan worden. De bouwvakker, de brandweerman, de politieagent, de buschauffeur zijn grotendeels tijd- en/of plaatsgebonden.
Het nieuwe werken bespaart op huisvestingskosten, reis- en verblijfkosten. Ook het werkgeversimago wordt verbeterd.
De nieuwe werknemer op de arbeidsmarkt heeft een andere kijk op werk en leven (generatie Z / zie "het nieuwe leren"). De nieuwe werknemer is gewend om constant in contact te blijven (smartphone, e-mail), vindt "zelf-ontplooiing" belangrijker dan een vaste baan,
Er is nog geen hard bewijs, dat het nieuwe werken:
- een verbeterde samenwerking oplevert
- de kennis effectiever wordt benut
- de innovatiekracht wordt versterkt.
Moeten we eerst zien en dan geloven...... of geloven en dan zien ?
Feit is, dat een duidelijke visie ten grondslag ligt aan het omarmen of afweren van "het nieuwe werken". Uiteindelijk wil iedereen resultaat zien.
In de 19e eeuw zei Charles Darwin: "it is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent, but the one most responsive to change".
Het nieuwe werken is gebaseerd op resultaat, niet op aanwezigheid.
Het nieuwe werken is gebaseerd op een vertrouwensrelatie.